Kempen: Werk aan de winkel: Hoe maken we winkelcentra toekomstbestendig?


Waar denk je aan als je iets wilt kopen en veel verschillende artikelen en merken op één plek wilt vinden? Een winkelcentrum? Of Amazon?

Of surf je mee op de trend van bezit naar gebruik en wil je je aankopen vanuit milieu- en duurzaamheids- overwegingen juist beperken?

 

Als gevolg van veranderend klantgedrag en de groei van het online winkelen verbrokkelen de fundamenten van de traditionele retailsector volgens veel marktwaarnemers. Het zal niemand ontgaan dat de winkelvastgoedsector daardoor op dit moment een van de meest ingrijpende transformaties ooit doormaakt. Ondanks dat veel marktpartijen vrezen dat veel winkellocaties uiteindelijk geen bestaansrecht meer hebben, valt niet te ontkennen dat de meeste winkelcentra gunstig gelegen vastgoedobjecten vormen die over aantrekkelijke voorzieningen beschikken, zoals goede transportverbindingen en genoeg parkeergelegenheid. Daarom is het Real Estate Team van Kempen van mening dat winkelcentra niet moeten verdwijnen nu e-commerce zo in opkomst is: zij zijn binnen het omni-channel-retailingconcept nog steeds essentieel. Naar onze overtuiging kunnen winkelcentra binnen het moderne omni-channel retaillandschap hun ankerpositie inderdaad opnieuw opeisen, maar niet zonder agressieve innovatie, een compleet nieuwe wijze van klantinteractie en aanzienlijke financiële middelen. Waar moeten managers van winkelcentra hun pijlen dan met name op richten?

 

Om op de lange termijn succesvol te zijn, is het allereerst cruciaal om met de omliggende leefgemeenschappen een dialoog over de gewenste dienstverlening te voeren. Winkelcentra moeten bruisende ontmoetingsplekken zijn en over een breder front als klantbestemming aantrekkelijk worden, dus niet alleen om te winkelen. Het winkelgedrag verandert voortdurend en daarom moeten winkelpanden iets bieden waaraan klanten niet voorbij kunnen gaan of wat zij niet via een scherm kunnen krijgen. Winkelcentra moeten culturele hotspots worden, die leefgemeenschappen van allerlei gemakken voorzien en echt wat te bieden hebben. We zien dan ook dat er in winkelcentra steeds te beleven is in bijvoorbeeld bioscopen, amusementsparken, zwemparadijzen, indoor skihellingen, ruimtes voor livemuziekoptredens, enz. enz. En dit hoeft allemaal niet groot en duur te zijn, als comfort en gemak maar vooropstaan. Wellicht kan een leegstaande winkel een nieuwe bestemming krijgen als click-&-collect point: een bestel- en ophaalpunt compleet met paskamers, waar klanten hun bestellingen kunnen ophalen, bekijken, aanpassen en eventueel direct weer terugsturen. Soms levert herbestemming van een pand als binnenspeeltuin voor kinderen meer bedrijvigheid en inkomsten op dan een kwakkelende keten. En soms kan een gratis oefenruimte voor yogaklassen op het dak van een winkelcentrum de klantloyaliteit vergroten en voor meer winkelverkeer zorgen bij de winkels op de benedenverdieping.

 

In de tweede plaats zouden we uit de huidige trends kunnen afleiden dat winkelen in de winkelcentra van de toekomst niet langer centraal staat. Een winkelcentrum moet multifunctioneler worden: het moet een op koopgemak gerichte multifunctionele omgeving worden waar leefgemeenschappen kunnen wonen, werken, winkelen, eten en zich amuseren. De winkelcentra van de toekomst vormen een klein stadshart: met woonruimtes, kantoren en gedeelde werkplekken, hotels, gezondheids- en schoonheidscentra, eten en drinken, sportscholen, amusement, evenementen en – jawel – ook winkels. Er is echter geen goudgerande succesformule voor zo’n mixed use-omgeving. Vastgoedbeheer is een lokale activiteit, waarbij de vraag wordt bepaald door demografische factoren, het bestaande aanbod en de voorkeuren van de lokale gemeenschap. Daarom richten mixed use-projecten zich vaak op een specifiek servicegebied voor bijvoorbeeld young urban hipster professionals of senioren. Deze zorgvuldig samengestelde lifestage centers bieden een demografisch specifieke en passende mix van woonruimte, winkels, restaurants, amusement en dienstverlening om verzekerd te zijn van frequenter verkeer en hogere inkomsten uit vastgoedobjecten. Voor de vastgoedexploitant geldt dat het vastgoedobject niet alleen afgestemd moet worden op een specifieke demografische groep, maar dat het object doelbewust ook zodanig gepositioneerd wordt dat het de voorkeurslocatie wordt voor een zo breed mogelijke groep huurders en toepassingen, en zodanig gebouwd wordt dat het in de tijd steeds op (kosten)efficiënte wijze aan alle gebruikswensen aangepast kan worden. Winkelcentra dienen met andere woorden over een visionaire gebiedsontwikkelingsstrategie (het zgn. placemaking) te beschikken die hen met opvallend design, een bedachtzame en strategische merchandising en een gevarieerde huurdersmix onderscheidend maakt.

 

Verder lezen? Dat kan hier