Het marketingconcept duurzaam beleggen


Beleggers hebben behoefte aan een financiële wereld die gaat over meer dan alleen de maximalisatie van aandeelhouderswaarde. Dit blijkt uit de sterk toegenomen vraag naar duurzaam beleggen, het veelkoppig monster dat ook bekend is onder de namen maatschappelijk verantwoord beleggen, Social Responsible Investing en ESG investing.

Het gaat over beleggen in ondernemingen die vriendelijk zijn voor het milieu, het klimaatprobleem helpen oplossen, goed zijn voor haar werknemers en de samenleving, en goed bestuur. Je kunt er eigenlijk niet op tegen zijn.

Het succes van dit concept is zelfs zo groot, dat de Europese Unie regels heeft opgesteld om te bepalen of een belegging duurzaam is. Ondertussen proberen aanbieders van data en analyses op het gebied van duurzaamheid de kwaliteit van hun data te verbeteren, en worden steeds meer gegevens door externe controleurs geverifieerd. 

Waarom CO2-arm?

Van een afstandje bezien is dat allemaal nuttig en goed. Tegelijkertijd kun je je afvragen waarom het pensioenfonds zo nodig CO2-arm moeten beleggen als haar werknemers dagelijks met een stevige SUV vijftig kilometer per dag heen-en-weer naar het werk rijden. Om mijn punt hier duidelijk te maken: waarom wordt de consument niet directer aangesproken op de duurzaamheid van consumptiegedrag? Het zou veel effectiever zijn als de consument niet zoveel vliegt, minder met de auto rijdt, en minder spullen koopt van plastic of door kinderhanden gemaakt.

Het is de samenleving

In plaats daarvan vertrouwt de samenleving deze taak deels aan de financiële sector toe, een sector die tien jaar geleden nog werd beschuldigd van wangedrag in alle dimensies van duurzaamheid. Beleggers vluchten massaal weg naar passieve beleggingsproducten omdat ze de analytische vaardigheden van de industrie wantrouwen. Volgens mij betekent dit dat de samenleving duurzaamheid nog niet echt serieus neemt.

Kennelijk kan de samenleving het niet aan om dit probleem op te laten lossen daar waar het hoort: consumenten en producenten. De politiek is bang om door middel van harde regelgeving duurzaamheid af te dwingen. Het gaat dus langzaam en stap-voor-stap.

Duurzaamheid is een waardevol concept, maar de bijdrage van beleggers is uiteindelijk beperkt. In de praktijk is duurzaam beleggen het afvinken van een aantal check-boxes op basis van door dataleveranciers aangeleverde lijsten met scores op CO2 uitstoot per onderneming, de aanwezigheid van een inclusiviteitsplan, of het afval gescheiden wordt ingezameld, etc. Veel beleggingsorganisaties leunen zwaar op deze dataleveranciers. Voor zover ik weet komen de meeste producten die als duurzaam beleggingsproduct worden verkocht niet uit boven het niveau van een check-box exercitie. 

Voor een duurzame wereld zijn echte duurzaamheidsanalisten nodig die met kennis van de specifieke materie (productieprocessen, afvalstromen, circulariteit, sociale processen) uitspraken kunnen doen over de geschiktheid van een beleggingsobject voor opname in een portefeuille. Ik zie dit niet gebeuren. Bovendien zouden deze analisten veel nuttiger ingezet kunnen worden in de industrie of bij de overheid voor het aansturen van duurzaamheidsbeleid.

Het gaat ver om te verwachten dat het vraagstuk van duurzaamheid door beleggers effectief kan worden opgelost. Duurzaam beleggen is daarmee vooral een marketingconcept, waarmee beleggers zich prettig kunnen voelen bij de door hen gemaakte keuzes.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.