Hoeveel bescherm je de zelfbelegger? 


Toen wij bij de AFM een wetenschapper zonder zicht op de praktijk vroegen een logische schematische indeling te maken van welk type beleggingsproducten wordt aangeboden binnen welk type beleggingsdienstverlening, stelde hij de vraag: welk type dienstverlening kent de hoogste zorgplicht?

Ofwel: waar is de belegger het minst zelf verantwoordelijk voor het doorgronden van beleggingsproducten en het maken van de juiste keuzes? 

Antwoord: bij advies en beheer. Dan zullen binnen die concepten ook wel de meest complexe en risicovolle producten worden aangeboden redeneerde hij door. De praktijk is echter precies omgekeerd. Juist vooral binnen het zelfbeleggen-kanaal worden bijvoorbeeld hefboomproducten als cfd’s en turbo’s aangeboden.   

Kennistoets

Persoonlijk vind ik dit best gek. Juist bij de meest ingewikkelde producten, wordt het minst goed gekeken of deze wel gekocht worden door mensen die goed begrijpen wat ze kopen en welk risico ze hiermee nemen. Natuurlijk is dit de belegger zijn eigen keuze en heeft hij hier zelf ook een verantwoordelijkheid. Maar de vraag is toch ook of puur execution only-beleggen wel het meest geschikte concept is voor alle beleggers die dit type dienstverlening afnemen en of het wel goed is alle producten zomaar aan iedereen aan te bieden.  

Helemaal zomaar mag dit natuurlijk ook niet. Banken, vermogensbeheerders en brokers zijn verplicht zelfbeleggers die in complexe producten willen beleggen of een effectenkrediet willen afnemen een passendheidstoets af te nemen. Hierin moet worden nagegaan of de kenmerken en risico’s van het specifieke complexe product passen bij de kennis en ervaring van de klant. Dit gaat minder ver dan de geschiktheidstoets die bij beheer en advies moet worden afgenomen, daarin wordt ook echt gekeken of iets past bij de financiële situatie, risicobereidheid en de beleggingsdoelen van de klant. 

Om effectief te zijn moet een passendheidstoets wel iets om het lijf hebben: een klant alleen een disclaimer laten aanvinken waarin staat dat hij begrijpt wat hij koopt, is onvoldoende. Zakt een klant voor de passendheidstoets, dan moet er minimaal een waarschuwing volgen dat het betreffende product niet passend is. In de praktijk kan de klant deze waarschuwing helaas soms wegklikken en het product alsnog gewoon aankopen.  

Aanbieder moet verantwoordelijkheid nemen

Sinds Mifid II gelden er net als bij advies en beheer ook voor het execution only aanbieden van producten daarnaast ook productgovernance-normen. Deze schrijven voor dat ondernemingen voor ieder product de doelgroep vaststellen. Banken en vermogensbeheerder moeten er vervolgens voor zorgen dat producten niet structureel buiten deze doelgroep worden verkocht.

Een aanbieder zal dus een zekere mate van verantwoordelijkheid moeten nemen voor welke producten hij aanbiedt aan de zelfbelegger en hoe hij dat doet. Hierbij moet hij op enige wijze rekening houden met de kenmerken van de doelgroep, zoals diens kennis en ervaring (die hij al moet toetsen in de passendheidstoets). Maar ook met de financiële positie, risicobereidheid, doelstellingen en de behoeften van de klant. Met de digitale mogelijkheden van deze tijd zijn er diverse goede oplossingen denkbaar om ervoor te zorgen dat producten, ook binnen execution only, bij die klanten terecht komen voor wie zij zijn bedoeld.

Productgovernance 

De Autoriteit Financiële Markten is in 2018 gestart met een onderzoek naar hoe banken en vermogensbeheerders deze productgovernance-normen in de praktijk invullen. We zien dat er sinds de start van het onderzoek verschillende ondernemingen in het zelfbeleggen-kanaal zijn, die goede stappen hebben gezet om ‘misselling’ te voorkomen.

Wat we bijvoorbeeld zien, is dat partijen niet meer standaard complexe, risicovolle producten aan alle beleggers tonen, maar alleen aan beleggers die tot de doelgroep behoren. Of dat een belegger - voordat er in een product kan worden gehandeld – expliciet te zien krijgt welk type belegger niet tot de doelgroep behoort. Zodat hij makkelijker bij zichzelf kan nagaan of het wel verstandig is, wat hij wil gaan doen. 

Hoewel dit goede stappen lijken te zijn, is een evaluatie van de daadwerkelijke effectiviteit van belang. Verschillende ondernemingen zijn momenteel bezig met het opzetten en uitvoeren van deze evaluaties. Ik ben benieuwd waar dit toe zal leiden en of ook niet-onderzochte ondernemingen dergelijke stappen gaan nemen. 

Barbara Nieuwenhuijsen is toezichthouder retailbeleggen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).