Overheid op stoel van belegger


Een oud-Hollandsch gezegde luidt: schoenmaker blijf bij je leest. Maar daar lijkt de overheid zich steeds minder aan te houden. Overheidsinstanties gaan vaker op de stoel van de belegger zitten dan voorheen.

De beleggingswereld wordt vaak gezien als de ultieme vrije markt. Een markt waar kapitalisme hoogtij viert en de belegger dicteert. De belegger van nu is echter helemaal niet meer zo vrij in het maken van zijn beleggingskeuzes. Want overheidsbeleid stuurt deze markt naar de smaak van de bestuursorganen.

Sparen of beleggen

Het begint al bij de simpele keuze voor de particulier of deze moet sparen of beleggen. Zo zijn recent de plannen voor het afschaffen van de spaartaks aangekondigd voor een vermogen tot 440.000 euro. Uiteraard is het heffen van een belasting over een fictief rendement dat veel te hoog is bij deze lage spaarrentes onzinnig. Het lijkt er echter op dat de belegger hiervoor gaat betalen.

Met dit soort maatregelen stimuleert de overheid de belegger om te gaan sparen. Vergeet niet dat sparen ook risico’s met zich meebrengt en het in feite geld stallen is bij maar één debiteur. Over concentratierisico gesproken.

Europese instanties

Wanneer je vervolgens toch besluit om te beleggen dan kom je erachter dat de ECB de rente beïnvloedt die je op de spaarrekening of voor vastrentende waarden ontvangt. Het opkopen van obligaties en het verlagen van de rente heeft zijn uitwerking op de rendementen van de verschillende beleggingscategorieën niet gemi.

Overigens worden hierdoor niet alleen rente gerelateerde beleggingsproducten beïnvloed. Er is hierdoor ook een vlucht naar bijvoorbeeld aandelen, gezien de lage renteopbrengsten op de andere categorieën. Aandelenmarkten en diens rendementen lijken steeds meer los te komen van een drijfveer zoals economische groei, en worden door de megalomane omvang van de Europese acties gedreven door de kapitaalinjecties en rentewijzigingen.

Ook de institutionele belegger wordt gestuurd in welke categorieën te beleggen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan regelgeving voor verzekeraars zoals Solvency. Verzekeraars dienen bij bepaalde beleggingscategorieën meer of minder kapitaal aan te houden. Wanneer de verzekeraar meer kapitaal dient aan te houden voor een specifieke categorie, is dit minder voordelig en zal een verzekeraar hier minder snel in gaan beleggen. Zo kwalificeert deze regelgeving indirect of bepaalde producten goed of slecht zijn.      

Duurzaamheid

Wanneer je als belegger al beïnvloed wordt in de keuze voor beleggen of sparen en je daarna richting bepaalde beleggingscategorieën wordt geleid, is er ook nog zoiets als duurzaamheid waarbij de overheid zich laat gelden.

Zo kondigde Christine Lagarde, de nieuwe voorzitter van de ECB, aan meer groene obligaties te kopen. De ECB kocht de afgelopen jaren rond de 200 miljard euro aan bedrijfsobligaties op. Zoals zij zelf aangaf zal het opschroeven van groene obligaties een belangrijk signaal zijn aan de markt.

Hiermee verliest de ECB zijn neutraliteit. De ECB dient boven de markt te staan en niet te bepalen welke obligaties groen of niet groen zijn. Doordat er zoveel geld achter deze kapitaalinjecties van dit Europese orgaan zit, dicteert de ECB welke bedrijven goed of slecht zijn op het gebied van duurzaamheid. Duurzamer beleggen kan echter ook bereikt worden door transparantie in de markt.

Indirect of direct

Overheidsinstanties lijken dus met hun beleid een stempel op beleggersbeslissingen te drukken. Het nadeel van sturen binnen beleggingsbeslissingen richting een grote groep beleggers is dat iedereen in hetzelfde gaat beleggen en bewegingen tussen de beleggingsproducten gelijk gaan lopen. Dit werkt systeemrisico’s in de hand. Indirect overheidsbeleid kan directe gevolgen hebben voor de belegger.

Camiel van Roosmalen is verantwoordelijk voor Institutioneel Vermogensbeheer binnen OHV Vermogensbeheer.