Ben op je qui-vive als R-woord voorbijkomt


Als beleggers voor één ding uit moeten kijken, dan is het wel een recessie. Wie het verloop van de S&P500 bekijkt, ontdekt dat “bear markets” (een koersverlies van minstens 20 procent) zich nagenoeg altijd voordoen in samenhang met recessies.

Doordat markten vooruitkijken, beginnen die berenmarkten doorgaans eerder dan de economische krimp, maar alle recessies van de afgelopen 50 jaar hingen samen met een berenmarkt in aandelen en alle periodes waarin aandelen meer dan 20 procent verloren, met als enige uitzondering die van 1987, kwamen met een recessie.

Nu denkt u wellicht, waar gaat dit over? De economie groeit hard dit jaar. We herstellen net van de recessie van vorig jaar, die door de pandemie werd veroorzaakt. De volgende recessie is toch zeker nog een hele poos weg? Hopelijk is dat zo. En ik zou ook zeker niet over een recessie zijn begonnen als iemand anders dat niet had gedaan.

De flessenhals

Vorige week werden de eerste, in sommige gevallen voorlopige cijfers gepubliceerd over het ondernemersvertrouwen in diverse landen in september. De toonzetting van de rapporten van IHS Markit was helder. Het ondernemersvertrouwen is hoog, hetgeen correspondeert met stevige economische groei, maar zwakt af. De Deltavariant van het coronavirus is een van de boosdoeners, maar de logistieke verstoringen in de mondiale economie zijn het belangrijkst. De meest toonaangevende index van ondernemersvertrouwen in Europa is die van het Duitse Ifo-instituut.

Volgens hun cijfers is het Duitse ondernemersvertrouwen in september voor de derde maand op rij gedaald. In het begeleidende commentaar schrijft Ifo dat in de industrie sprake is van een “Flaschenhals-Rezession”. 

De harde cijfers over de industriële productie in Duitsland maken duidelijk wat het Ifo bedoelt. Ondanks de krachtige opleving van de bestedingen daalt de industriële productie. In juli – dit soort cijfers loopt helaas altijd wat achter – lag het productieniveau 2 procent onder dat van eind vorig jaar. Dat ligt niet aan een gebrek aan kopers. De orderportefeuilles zijn juist uitstekend gevuld. De maandelijkse orderinstroom is sinds eind vorig jaar met 12 procent toegenomen.

Productie en orders lopen al sinds medio 2020 uiteen. De bedrijven kunnen niet leveren. Dat komt doordat ze de benodigde materialen en andere onderdelen zelf niet geleverd krijgen. Het mondiale tekort aan chips beperkt vooral de autoproductie, die in Duitsland een groter deel van de totale productie uitmaakt dan elders. Maar de logistieke problemen beperken zich geenszins tot de automobielsector.

Twee prangende kwesties

Wat mij betreft zijn er twee prangende kwesties. De eerste betreft de ontwikkeling van de orders. Tot nog toe lieten afnemers zich niet ontmoedigen door de leveringsproblemen. Ze bleven orders plaatsen. Maar ja, waarom zou je dat doen als je toch niet geleverd krijgt? Volgens het commentaar bij de Ifo-enquête verzwakt de orderinstroom momenteel. Dat is misschien een eerste waarschuwingssignaal. En als Duitsland geteisterd wordt door een “Flaschenhals Rezession”, waarom zou die zich niet naar andere landen verspreiden?

De tweede prangende kwestie is waarom die logistieke verstoringen maar voort blijven duren. De hogere inflatie is een direct gevolg. Centrale bankiers roepen in koor dat de hogere inflatie tijdelijk is. Het idee daarachter is dat de logistieke verstoringen tijdelijk zullen zijn. Dat lijkt ook logisch. Immers de hogere prijzen zouden een toename van het aanbod moeten uitlokken, waardoor het evenwicht hersteld wordt op een prijsniveau zoals dat zich voor de pandemie voordeed. Die logisch te verwachten aanpassing komt evenwel maar niet op gang. Het lijkt er eerder op dat de verstoringen eerder erger worden. 

Ik wil niet negatief overkomen. Maar beleggers moeten altijd blijven nadenken over de risico’s die ze lopen. Nu de beurs fors is opgelopen, volgens diverse maatstaven waarderingen hoog zijn in historisch perspectief en de traditioneel voor aandelenmarkten meest uitdagende tijd van het jaar aanbreekt, kan het geen kwaad alert te zijn. Als dan het R-woord plots voorbijkomt, moet je helemaal op je qui-vive zijn.

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over (de gevolgen van het coronavirus voor) economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.