Economische schade wordt wel erg groot


Vorig week schreef Han Dieperink op Fondsnieuws een column over optimisten en pessimisten. Ik kon me er goed in vinden, met dien verstande dat je niet altijd in hetzelfde hokje hoeft te zitten. Jezelf een realist noemen voegt niet zoveel toe.

Natuurlijk, je wilt realist zijn, maar dat sluit optimisme of pessimisme niet uit. Ik ben in mijn loopbaan een paar keer veranderd van pessimist naar optimist en vice versa. De laatste keer dat ik ‘omging’ was in februari 2009. Ik was toen al enige tijd een pessimist. Begin 2009 zag ik echter met hoeveel geld er door overheden en centrale banken werd gesmeten.

Als dit ons niet uit de crisis gaat helpen, helpt niets, dacht ik en dat vond ik voldoende reden om weer optimist te worden. Vervolgens ben ik lang optimist gebleven. Binnen ABN Amro kreeg ik van een bestuurslid zelfs een keer het predicaat ‘optimist tot in de kist’.

De huidige crisis dwingt tot het heroverwegen van je positie. De economische terugval die we nu meemaken is uniek. De drie cruciale vragen zijn:
1.    Hoe diep is de terugval?
2.    Hoeveel bedrijven gaan failliet, c.q. hoeveel banen verdwijnen permanent?
3.    Hoe ziet het herstel er te zijner tijd uit?

De antwoorden luiden: 1. Nauwelijks te bevatten diep; 2. Een zeer groot aantal; 3. Traag, zeer traag.

BBP-groei zwaar negatief

De BBP-groeicijfers die vorige week in diverse landen werden gepubliceerd geven een eerste indruk van de terugval. In de eurozone kromp de economie in het eerste kwartaal met 3,8 procent ten opzichte van een kwartaal eerder, een record, erger dan in 2008/09. En bedenk dat de economie in grofweg twee van de drie maanden van het kwartaal nog normaal tot redelijk normaal functioneerde. Berekeningen op de achterkant van een sigarendoos suggereren dat het BBP in maart met zo’n 15% kromp. In het tweede kwartaal wordt het bepaald niet beter. 

Natuurlijk, overheden en centrale banken halen alles uit de kast om bedrijven overeind te houden teneinde de werkgelegenheid zo min mogelijk permanent te schaden. De cijfers die de ECB vorige week publiceerde over de geldgroei en de groei van het uitstaande kredietvolume geven een mooi inzicht in wat er gebeurt.

De groei van M1 accelereerde sterk in maart doordat mensen en bedrijven meer liquiditeiten aanhielden. Dat moet uit voorzorg zijn geweest. Huishoudens zagen hun bancaire kredietvolume dalen doordat consumptief krediet in absolute zin kromp, terwijl de groei van hypothecaire kredieten nog maar nauwelijks positief was.

Kredietvolume 

Niet-financiële bedrijven namen juist veel meer bancair krediet op. In een maand tijd nam het kredietvolume hier met ruim 2,5 procent toe. Dat is veel, want bijvoorbeeld 20 keer zoveel als in februari. De zogeheten ECB Bank Lending Survey over het eerste kwartaal bevestigde de sterk toegenomen kredietvraag van bedrijven.

Opvallend genoeg rapporteerden banken een sterkere toename van de kredietvraag bij grote bedrijven dan bij het MKB. Minder opvallend was dat de vraag naar kortlopende kredieten veel sterker toenam dan die naar langer lopende kredieten. Het tekent de enorme, plotselinge behoefte aan werkkapitaal.

De conclusies zijn helder, dunkt me. De economische krimp is enorm, de consumptieve bestedingen dalen sterk en bedrijven nemen een berg kredieten op om te overleven. Maar hoe langer het duurt, des te moeilijker het wordt om te overleven. En vergeet niet dat banken ook een fors aantal kredietaanvragen afwijzen omdat ze kennelijk van oordeel zijn dat het risico op wanbetaling te groot is. Er wacht ons een golf aan faillissementen. Bedenk dat de ECB liquiditeit kan creëren, maar geen solvabiliteit. Fed baas Powell zei vorige week: ‘we are a lending institution, not a spending institution’

Weinig reden voor optimisme

Wanneer de economie weer gaat draaien, dan komt er vanzelfsprekend herstel. Ik vermoed echter dat consumenten voorzichtig zullen zijn. Een behoorlijk aantal zal geen werk meer hebben en de schrik zit er goed in. Maar ik geef toe, dit is slechts een vermoeden. Wat ik wel zeker weet, is dat veel bedrijven extra schuld op de balans hebben genomen.

Met die schuld hebben ze geen investeringen gepleegd waarmee ze hun verdienvermogen hebben vergroot. Met de extra schuld is slechts tijd gekocht om te overleven. De extra lasten die de schuld met zich meebrengt, beperken het toekomstige verdienvermogen en beperken de mogelijkheden in de toekomst investeringen te doen.

Daarom denk ik dat het herstel, wanneer het komt, teleurstellend traag zal zijn. Ik doe mijn best optimistisch te zijn, heus, geloof me, maar het lukt mij nu even niet. Sorry!

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over (de gevolgen van het coronavirus voor) economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.