Fed heeft zichzelf in de voet geschoten


Vorig jaar augustus presenteerde de Fed de resultaten van haar strategische herbezinning. De centrale bank gaf aan dat zij een inflatiegraad “moderately above 2 percent” zal tolereren  “for some time” na een periode waarin de inflatie steeds beneden de doelstelling van 2 procent heeft gelegen.

Bovendien gaf de Fed aan dat zij de doelstelling maximale werkgelegenheid voortaan interpreteert als “broad-based and inclusive”. Afgaande op andere berichten van de Fed betekent dat vooral dat de werkloosheidspercentages onder verschillende etnische groepen in de overweging worden betrokken.

Ik had daar direct al een minder goed gevoel bij. “Moderately” en “for some time” klinken voor mij nogal vaag. En moet de centrale bank echt beleid voeren gericht op het verminderen van ongelijkheid? Zijn daar geen andere instanties en beleidsvormen voor? Alsof de taken van een centrale bank al niet uitdagend genoeg zijn gegeven haar relatief beperkte instrumenten arsenaal.

Obligaties: een ‘one way bet’

Afgelopen augustus bereikte het effectieve rendement op 10-jarige Amerikaanse staatsleningen een niveau van ca. 0,6 procent. Doordat de Fed herhaaldelijk aangaf dat de officiële rente niet onder nul zou zakken, leken Amerikaanse staatsleningen steeds meer een ‘one way bet’: de kans op stijging van het effectieve rendement was veel groter dan de kans op rentedaling. Waarom zou een belegger zulk papier met een zeer waarschijnlijk negatief reëel beleggingsrendement in portefeuille willen hebben? Maar het bleef de vraag wat de kapitaalmarktrente uiteindelijk zou doen oplopen.

Inmiddels weten we dat: stijgende inflatieverwachtingen. Logistieke verstoringen in de wereld hebben daarin een behoorlijke rol gespeeld. Vrachtprijzen zijn gestegen en leveringsproblemen hebben tot allerlei andere prijsstijgingen geleid. Het zijn omstandigheden die we niet eerder hebben meegemaakt. Een lockdown die de bedrijvigheid beperkt en voor logistieke problemen heeft gezorgd, terwijl de vraag in de economie zich krachtig zal herstellen wanneer de restricties verdwijnen.

Als klap op de vuurpijl komt de nieuwe Amerikaanse regering dan ook nog eens met een nieuw steunpakket dat volgens sommigen veel en veel meer is dan waaraan de economie behoefte heeft. Als je een economie over de kling wil jagen, lijkt dit een zeer verdienstelijke poging.

De vaste hand van weleer is niet meer

Juist onder dergelijke onzekere omstandigheden zou het fijn zijn dat je erop kunt rekenen dat de centrale bank een inflatiedreiging het hoofd biedt. Maar hoe veel hogere inflatie zal de Fed tolereren en voor hoe lang? En houdt de Fed het experiment onder controle waarbij gepoogd wordt een zodanige arbeidsschaarste te laten ontstaan dat werkgevers kansarmen in dienst nemen?

Vorige week was Fed-baas Powell te gast in het Congres. Hij probeerde marktparticipanten ervan te overtuigen dat de inflatie niet uit de hand zal lopen. Ik betwijfel of dat erg handig was. Die inflatievrees is er en het valt moeilijk vol te houden dat die geheel ongegrond is. Powell had er beter aan gedaan marktpartijen ervan te overtuigen dat de Fed het allemaal niet zal laten gebeuren. Dat deed hij niet en dat vergrootte de onzekerheid alleen maar.

Onder de nieuwe strategie van de Fed is men bereid een experiment aan te gaan waar de markt niet dol op is. Een forse en snelle stijging van de kapitaalmarktrente is onwelkom omdat de prijsvorming bij veel andere vermogenstitels berust op langdurig lage rente. Als die veronderstelling achterhaald blijkt, heeft dat gevolgen voor de prijzen van al die andere vermogenstitels.

Uiteindelijk komt dit op z’n pootjes terecht, denk ik. De sleutel ligt bij de loonvorming. Als die binnen de perken blijft, dan zal de inflatie niet langdurig hoger liggen dan tot voor kort. En dat is mijn verwachting. Maar als dat onjuist blijkt, dan ‘all bets are off’.

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.