Red de markt! Ik vrees met grote vreze


Duizenden jaren was de mensheid niet in staat de levensstandaard te verbeteren. Overleven was het devies voor het leeuwendeel van onze voorouders en dat viel lang niet mee. Alles veranderde zo’n driehonderd jaar geleden toen de markteconomie haar intrede deed. Vrije markten, eigendomsrechten, concurrentie en financiële intermediatie leidden tot technische ontwikkeling en aldus tot een stijging van de levensstandaard.

Die stijging won gaandeweg aan vaart. Volgens de cijfers van Gapminder leefde in 1800 zo’n 90 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. Honderd jaar later was dat gedaald tot 71 procent. In 2000 was het percentage gedaald tot 26 procent en nu leeft nog zo’n 10 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. Dat is nog 10 procent te veel, maar de vooruitgang is spectaculair.

Ook andere indicatoren laten zien dat we er binnen korte tijd fenomenaal op vooruit zijn gegaan. Wie de historie beschouwt, zal concluderen dat hier sprake lijkt van een mirakel. Dat is het echter niet. Het is de markteconomie. Uiteraard zijn niet alle problemen opgelost en evenmin is iedereen gelukkig, maar ik ben erg blij dat ik nu leef en niet een paar honderd jaar geleden.

Je zou denken dat ‘de markt’ zich door deze ondubbelzinnige successen mag verheugen in een grote populariteit; wie is er nu tegen vooruitgang? Toch is dat niet zo. Voor de verkiezingen van maart pleitten veel politieke partijen in hun verkiezingsprogramma voor ‘meer overheid’ en ‘minder markt’. 

De totale overheidsuitgaven maken ca 41 procent van ons BBP uit. De collectieve lastendruk is tussen 2010 en 2020 met 4 procentpunt BBP opgelopen. We hebben dus al veel overheid en dat is de laatste tien jaar ook al behoorlijk meer geworden. 

Woningmarkt als voorbeeld van markt-overheid debat

Nergens spitst de tegenstelling tussen markt en overheid zich meer toe dan bij de woningmarkt. Vorige week zag ik bij een praatprogramma op de televisie een tenenkrommend debat tussen twee politici over de woningnood. Volgens de een ligt die woningnood volledig aan ‘de markt’ en moet je die uitschakelen. De ander wilde dat niet.

Op elke normale markt zou je verwachten dat stijgende prijzen een prikkel vormen voor huizenbouwers om meer te bouwen. In heel veel landen werkt dat ook zo. Bij ons helemaal niet. Dat komt niet door een teveel aan markt, maar juist doordat de markt wordt verstoord door overheidsinterventies omtrent bouwlocaties, ruimtelijke ordening, huren, heffingen etc.

Investeerders of de gemeente Amsterdam?

Amsterdam presteerde het om vorig jaar slechts 2560 nieuwbouwwoningen te realiseren. Dat is een schamel derde (!) van de eigen doelstelling zoals vastgelegd in het Woningbouwplan 2018-2025 en ruim onder het gemiddelde van de afgelopen 25 jaar. Volgens de anti-markt politicus in het praatprogramma moeten pandjesbazen, speculanten en buitenlandse investeerders van de markt worden geweerd, want die drijven de prijzen en de huren op. Dat pandjesbazen c.s. een slaatje slaan uit de situatie is helder, maar zij zijn een symptoom, niet het echte probleem. Het echte probleem is degene die het aanbod frustreert en de schaarste creëert: de gemeente Amsterdam.
 
Terug naar het praatprogramma. Terwijl de ene politicus in een geestdriftig betoog de markt de schuld gaf van de woningnood, zat de andere er nogal beduusd naar te luisteren. Die probeerde een paar keer nog wel iets naar voren te brengen over de noodzaak om meer bouwlocaties aan te wijzen, maar hij werd door de gespreksleidster bij voortduring in de rede gevallen en kon daardoor zijn punten niet of nauwelijks maken. Onbegrijpelijk dat zoiets gebeurt bij de publieke omroep.

Ik vermoed dat de kijker is achter gebleven met de weliswaar terechte indruk dat de woningnood een groot sociaal probleem vormt maar ook met het onzinnige idee dat dat aan de markt ligt en dat we daarom meer overheid nodig hebben. Een tsunami van ‘meer overheid’ lijkt aanstaande. Ik vrees met grote vreze.

Fondsnieuws-columnisten Han de Jong en Bernard ter Haar gaan tijdens het Fondsevent van 28 september met elkaar in debat over de toenemende spanningen tussen markt en staat. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over (de gevolgen van het coronavirus voor) economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.