Als het middel erger is dan de kwaal


Het is een logische reactie. Wanneer je voelt dat steun niet genoeg is, doe je er een tandje bij. Bijvoorbeeld bij patiënten waar genezing uitblijft of te traag verloopt. Je verhoogt de dosering van het medicijn, of je dient een ander middel toe. Maar dat doe je alleen als je ook gelooft in de genezing.

In de economie hebben we daar tegenwoordig andere gedachten over. Terwijl al tien jaar een monetair medicijn wordt toegediend, wordt de kwaal, schuldverslaving en groeiende economische onevenwichtigheden, alleen maar groter. En als dat medicijn steeds minder werkzaam blijkt, gaan we op zoek naar een nieuw middel. En dan komen we uit bij begrotingsbeleid. Dit levert een cocktail op die we Modern Monetary Theory noemen. Toediening van deze cocktail vraagt om zorgvuldigheid, want bij verkeerde dosering dreigt verslaving, terwijl de kwaal alleen maar erger wordt. En inderdaad, u raadt het al, aan die zorgvuldigheid ontbreekt het nu juist.

Erger dan de kwaal

In een optimistische bui kun je zeggen dat het fantastisch gaat met de mondiale economie. Voor je het weet vieren we in veel landen dat hun economieën, met voorop die van de Verenigde Staten, al meer dan tien jaar onophoudelijk groeien. Maar laten we dit vooral in het juiste licht zien: allereerst was het vertrekpunt de zwaarste mondiale economische crisis in twee generaties. En in de tweede plaats was het vooral monetair beleid dat, zeker in de afgelopen paar jaren, de economische groei gedragen heeft. Dit medicijn heeft echter wel als nare bijwerking dat de risico’s in het economische systeem enorm zijn opgelopen. Schuldposities zijn hoger dan ooit. Alle financiële waarden, van vastgoed tot aandelenkoersen, laten waarderingen zien die alleen met verwijzing naar een ‘alles is anders’ zijn te rechtvaardigen. De huidige koers-winstverhoudingen zijn alleen maar te ‘rechtvaardigen’ als vanaf nu de rente altijd laag zal blijven.

Dat is uiteindelijk ook het gebrek van het monetaire medicijn. Het verdooft wel, maar geneest niet. Het leidt niet, of in ieder geval veel te weinig, tot productieve investeringen. En een te lage groei van de reële economie leidt er alleen maar toe dat van geld meer geld wordt gemaakt en luchtbellen worden geblazen om de groei op peil te houden. Een uitzichtloze weg.

Begrotingsschoktherapie

Een verleidelijke en logische gedachte is dan dat er een reële impuls nodig is om stagnatie te voorkomen. Dit lag ook achter het idee van Larry Summers, toen hij in 2013 begon over seculiere stagnatie, analoog aan de gedachten die daar eind jaren dertig over waren opgeschreven. Als door de grote schuldposities, ook wel een balansrecessie genoemd, de effectieve vraag te laag blijft, is het wellicht tijd voor een zeer grote begrotingsimpuls. Na monetaire shocktherapie ook begrotingsschoktherapie, zeg maar.

Deze gedachte ligt ook deels achter wat we tegenwoordig Modern Monetary Theory (MMT) zijn gaan noemen, zij het dat die nog een stapje verder gaat. Begrotingsbeleid is volgens deze gedachtengang dé manier om de effectieve vraag in de economie te managen. Centrale banken zijn bovendien niet langer onafhankelijk. Mij lijkt dit een zeer gevaarlijke gedachte. Verankering van inflatieverwachtingen is immers cruciaal voor de stabiliteit van de economie. Het ontbreekt politieke besluitvormers over het algemeen echter aan een langetermijn-oriëntatie en de kans is groot dat politiek gewin op de korte termijn boven prijsstabiliteit op de lange termijn wordt gesteld.

Precisietherapie

Ongerichte begrotingsschoktherapie is per definitie een slecht idee. Een dergelijk begrotingsbeleid houdt een zombie-economie langer in leven, zonder de onderliggende oorzaken aan te pakken: het aanjagen van de productiviteit of het verlagen van de schulden. Het handhaven van de status quo is vooral in het belang van de ‘haves’, van degenen met veel vastgoed en financiële waarden.

Het begrotingsmedicijn zou daar nu juist niet op gericht moeten zijn. Begrotingsbeleid dat bijdraagt aan productieve investeringen die bijdragen aan maatschappelijke belangen, variërend van onderwijs, hernieuwbare energie of elektrificatie van vervoer, zijn de richting waarin de economie steun kan vinden. Dat geldt ook voor het herstructureren van schulden.

Ik ben voor steun. Voor een hogere dosering of een nieuw medicijn. Maar alleen als dat leidt tot genezing van de kwaal. Niet als excuus om onze huidige zombie-economie in stand te houden.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.