De natuurvernietigersindex


Het gaat goed met de bewustwording van klimaatverandering bij beleggers. Veel asset managers rapporteren inmiddels de CO2-uitstoot van bedrijven waarin ze beleggen. En ook komt er steeds meer standaardisering in de methodologie van meten waar beleggers en financiers zich aan committeren. Naar mijn oordeel allemaal nog niet snel genoeg, maar het gaat ontegenzeglijk de goede kant op.

Het is nu goed mogelijk te laten zien welk fonds de laagste en welk de hoogste CO2-voetafdruk heeft. Fluitje van een cent om een stranded-asset index samen te stellen. Daarom lijkt het me goed om het strijdperk te verleggen naar een veel complexer onderwerp: biodiversiteit. Na de fossiele industrie is het nu tijd om de (andere) natuurvernietigers wat prominenter op de beleggersagenda te plaatsen!

Externe effecten

Lees het onlangs gepubliceerde IPBES-rapport er maar op na: de biodiversiteit staat zwaar onder druk. Daar kan je van alles van vinden, maar we kunnen op onze vingers nagaan dat grote beursgenoteerde bedrijven hier voor een groot deel (mede)verantwoordelijk voor  zijn.

Het is algemeen bekend dat economische activiteit de voornaamste bedreiging vormt voor de biodiversiteit. Voor economen is dit eigenlijk een andere vorm van hetzelfde probleem: externe effecten. De effecten van hun activiteiten op ons natuurlijk systeem worden niet of nauwelijks doorgerekend in de kosten voor bedrijven. Daardoor kunnen zij onbezorgd een bos kappen, onbezorgd insecten te lijf gaan met vergif, onbezorgd vervuild water lozen in een natuurgebied. Nadenken over de schade die ze daarmee aanrichten is niet nodig, nadenken over alternatieven al helemaal niet. Kosten zijn er immers niet mee gemoeid!

Biodiversiteit is complex

Het corrigeren of beprijzen van externe effecten lukt het best als de schade gemakkelijk te traceren is qua plek en omvang, en wanneer die ook gemakkelijk te kwantificeren is. Bij klimaatverandering lukt dat vrij goed. Broeikasgassen kun je eenduidig meten en we weten zelfs op mondiaal niveau wat ons ‘budget’ is. Daarom kunnen we een broeikasgasprijs te bepalen.

In vergelijking met klimaatverandering is biodiversiteit veel complexer. Biodiversiteit kan je omschrijven als de variëteit en variabiliteit van al het leven op aarde, van het kleinste, genetische niveau tot het niveau van een compleet ecosysteem. Effecten op de biodiversiteit zijn vaak lokaal en specifiek en daardoor lastiger te beprijzen en te controleren dan de uitstoot van broeikasgassen.

Voor bedrijven zijn twee zaken van belang als het gaat om het ecosysteem: in welke mate zijn bedrijven afhankelijk van het ecosysteem en in welke mate belast productie het ecosysteem.

In de literatuur gaat het dan om ‘diensten’ vanuit het ecosysteem: welk profijt hebben we van onze natuurlijke omgeving en is hun gebruik ervan houdbaar op de lange termijn. Gebruik van ecosystemen dienen we zo breed mogelijk op te vatten: alles, van delfstoffen, water, planten en dieren; alles dat uit de natuur kan worden gehaald voor menselijk gebruik. En daar kunnen we nog activiteiten aan toevoegen die losstaan van productie, maar wel schade veroorzaken, zoals bijvoorbeeld recreatieve activiteiten.

Natuurlijk kunnen wij prima vaststellen welke sectoren veel gebruik maken van het ecosysteem en ook potentieel grote schade kunnen toebrengen aan de biodiversiteit: landgebruik in de agrarische sector), ontginning van natuurlijke grondstoffen in de mijn- en bosbouw, of de olie- en gaswinning, dumping van afvalstoffen of beschadiging van de natuurlijke omgeving in de raffinage, de chemie, of de transportsector. Maar de effecten op de biodiversiteit kunnen echter aanzienlijk verschillen. Als er op een goede manier nieuwe bomen worden aangeplant, hoeft er in de bosbouw bijvoorbeeld helemaal niets mis te gaan. Hetzelfde geldt voor landbouw, als de grond niet wordt uitgeput en er bijvoorbeeld geen landbouwgif wordt gebruikt.

Maar vaak zijn de effecten lastiger vast te leggen. Wat is bijvoorbeeld het effect van de stikstofuitstoot van een fabriek, die vlakbij een natuurgebied ligt, op de bestuiving door insecten?

Wat te doen met de natuurvernietigers?

Dat zijn uiteindelijk de vragen waar het om gaat. In grote lijnen valt daar zeker wat over te zeggen. Het begint met inzicht in grondstof- en landgebruik van een bedrijf en dat geeft een begin van inzicht in de impact van een belegging.

Als we inzicht hebben, dan zien beleggers wat ze doen. O ja, dat goedrenderende chemiebedrijf is toch vrij desastreus voor de omgeving. En o ja, die financieel gezien prachtige belegging in een palmolieplantage vernietigt een groot deel van het tropisch regenwoud. Wellicht niet zo handig voor onze toekomst. En tsjee, dat mijnbouwbedrijf heeft toch wel een erg verwoestend effect op het lokale ecosysteem omdat ze geen enkel beleid hebben daarop.

Laat maar zien in welke mate je bijdraagt aan de vernietiging van onze natuurlijke omgeving. En dan volgen hopelijk het inzicht dat dit onacceptabel is en de vraag: wat gaan we eraan doen?

Maar dat is wat mij betreft maar een klein begin. Ik ben voor een natuurvernietigersindex. Kijken wie daar in wil beleggen.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.