Meten we nog wel de juiste dingen?


In onze snel veranderende maatschappij meten we economische data al lange tijd op vrijwel dezelfde manier. De oude meetmethode leidt echter niet altijd meer tot het juiste beeld of de juiste conclusies. Niet alleen door verouderde methoden maar ook doordat welzijn meer aandacht verdient.

Als beleidsmaker maar ook als belegger kun je door oude meetmethoden makkelijk op het verkeerde been worden gezet. Een eerste stap om dit tegen te gaan, is de bewustwording hierover te vergroten.

De meetbaarheid en betrouwbaarheid van data laat vaak te wensen over. Of het nu gaat om economische data, bedrijfswinsten of abonnementsaantallen, onbewust of bewust zijn er vertekeningen. Best gek in een omgeving waarin we steeds meer data verzamelen en gebruiken.

Op economisch gebied roepen statistieken over de omvang van de economie, de inflatie en de productiviteit al langer discussies op. Het bbp wordt met zowel productiestatistieken als met enquêtes geraamd. Enquêtes zijn minder objectief omdat niet iedereen reageert of omdat mensen een ander beeld geven dan de feiten, zoals bij het opgeven van het salarisniveau. 

Betalen met data

Daarnaast zijn bedrijven door de digitalisering en meer nadruk op de dienstensector nu minder kapitaalintensief. Producten verbeteren, zijn sneller en goedkoper en de laatste jaren zijn veel apps en diensten zelfs gratis. Althans, je betaalt met data en dus door concessies te doen op je privacy en die gratis producten vallen buiten de berekening van het bbp. 

De deeleconomie, waarbij consumenten bijvoorbeeld woningen en auto’s delen, zoals bij AirBnB, Uber en SnappCar, zorgen voor een ander consumentengedrag en kan soms de genadeslag zijn voor ondernemingen. Deze nieuwe ontwikkelingen maken het lastig om inflatie, economische omvang, welvaart en productiviteit goed te meten. Inflatiedata houden te weinig rekening met kwaliteitsverbeteringen, gratis producten en het samenvoegen van producten, zoals een camera en een smartphone. Prijsinflatie wordt daardoor waarschijnlijk overschat en de welvaart onderschat.

Grote gevolgen

De (foute) meting of interpretatie van deze data kunnen grote gevolgen hebben, want begrotingen zijn immers gekoppeld aan bbp-cijfers. In Japan gaf premier Abe in 2015 als doelstelling af dat het bbp moest groeien van 500 biljoen yen naar 600 biljoen yen in 2020. Door omissies in het meten van het bbp werd die belofte al snel voor een bedrag van 30 biljoen yen ingelost. Dit betrof correcties voor uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling en aanpassingen bij enquêtes. Oudere werknemers bij industriële bedrijven vulden de enquêtes plichtsgetrouw in, terwijl die van jonge, innovatieve ondernemingen zich minder betrokken voelen.

 

Voor centrale banken zijn de data van groot belang in het bepalen van het beleid en het succes daarvan. Al tien jaar proberen zij de inflatie naar een hoger niveau te tillen. Zelfs voormalig Fed-president Janet Yellen, met een enorme staat van dienst in economisch onderzoek, stelde in een speech in 2016 diverse vragen over veranderingen in economische verbanden. Zo wilde Yellen onder andere onderzoeken hoe inflatie en inflatieverwachtingen worden beïnvloed, of langdurige vraaguitval tot minder productie leidt en of het gebruik van geaggregeerde data tot verkeerde conclusies kan leiden.

Als antwoord op alle ontwikkelingen en het belang van welzijn startten diverse landen met de publicatie van brede welvaartsindicatoren die veel meer rekening houden met effecten op het welzijn en milieu nu en voor de volgende generaties.

Belegggers

Voor beleggers hebben alle ontwikkelingen ook grote gevolgen. Onderschatting van de economische groei, betekent ook dat analisten rekening houden met een te lage basis voor de te behalen winstgroei. Maar ook met disruptieve krachten die hele sectoren zullen verstoren. Andere verdienmodellen veranderen de dynamiek van aandelenmarkten. We hebben dat de afgelopen twintig jaar al gezien, toen het belang van energie, consumenten- en kapitaalgoederen verminderde ten gunste van technologie- en gezondheidszorgbedrijven. Het betekent ook dat met aanpassingen in economische meetmethoden en meer aandacht voor welzijn, beleggers anders zullen moeten gaan oordelen.

Ineke Valke is senior investment strategist bij Rabobank.