Hopen op een Amerikaanse vertraging


Veel opkomende markten zijn verslaafd geraakt aan speculatief buitenlands kapitaal. Jarenlang konden landen in de opkomende wereld harder groeien dan hun historisch gemiddelde of hun structureel groeipotentieel.

Dit leidde tot slechte leningen in het bankensysteem, grotere tekorten op de begroting en de lopende rekening, hoge inflatie, en bovenal tot een perceptie dat de hoge groei in lengte van jaren vastgehouden zou kunnen worden. In werkelijkheid was de groei alleen hoog omdat het financiële systeem continu gevoed werd door grote hoeveelheden vers kapitaal. Kredietgroei kon hierdoor hoog blijven en tekorten bleven netjes gefinancierd.

2013 is het jaar van de waarheid gebleken. Nadat bijna overal in de opkomende wereld de afgelopen jaren de economische onevenwichtigheden en dus de kwetsbaarheid voor een externe shock duidelijk groter waren geworden, kwam dit jaar het besef bij beleggers dat het extreem soepele monetair beleid in de VS eindig was. Dit heeft de investeringen in opkomende obligatiemarkten flink onder druk gezet, valuta doen corrigeren en het begin ingeluid van een forse groeivertraging.

China
Nu de grote afhankelijkheid van buitenlands kapitaal weer duidelijk is aangetoond, moeten beleidsmakers in de opkomende wereld en ook beleggers zich gaan afvragen waar de toekomstige groei vandaan moet komen. Gezien het duidelijke pad van dalende groei in China, zal China niet meer de krachtige groeimotor zijn die het was. De groei zal de komende kwartalen en jaren vooral moeten komen van export naar de VS en Europa, waar het economisch herstel waarschijnlijk zal doorzetten.

Dit geldt voor de open economieën met een goede concurrentiepositie, waar loonkosten beheerst zijn en waar het investeringsklimaat nog goed is. Korea, Taiwan en Mexico vallen in deze categorie. In veel andere opkomende landen hebben jaren van snelle loongroei, stijgende belastingdruk, hoge inflatie, belemmerende overheidsregulering en beperkte investeringen in infrastructuur de concurrentiepositie ernstig aangetast.

Deze landen – India, Brazilië en Zuid-Afrika zijn de duidelijkste voorbeelden – hebben een forse waardedaling van hun valuta nodig om weer concurrerend te worden.

Monetair beleid in de VS
Om dit en de daaropvolgende welvaartsval te kunnen voorkomen, zullen deze landen moeten hopen op een snel herstel van de kapitaalstromen die zo weldadig waren in de afgelopen pakweg acht jaar. Zo’n herstel lijkt alleen mogelijk als het monetair beleid in de VS niet genormaliseerd wordt, als ultra-lage rendementen op Amerikaans staatspapier de grote geldstromen weer naar de beter-renderende opkomende markten duwt.

Om deze reden moeten de kwetsbaarste opkomende landen hopen op een teleurstellende performance van de Amerikaanse economie.

Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.