De Calimero’s van de financiële sector


In mijn jeugd werd op televisie voortdurend de tekenfilmserie Calimero herhaald. Die ging over een zwart kuiken met een gebarsten eierschaal op zijn hoofd. Weet u het nog? Deze Calimero klaagde steevast met een zeurstem dat hij klein was en de anderen groot – en hoe oneerlijk dat was.

 Alleen al de herinnering eraan roept bij mij een stevige irritatie op. Helaas slagen financiële instellingen en hun medewerkers er vaak in die herinnering en irritatie te activeren: als zij weer eens klagen over hun gebrek aan speelruimte. 

Steevast is de klacht dat zij weinig kunnen doen zolang de klant/de regelgever/die andere afdeling (vul per situatie in wat van toepassing is) zijn of haar gedrag niet verandert.

“Ik wil wel, maar…”

Je ziet dit klein maken keer op keer. Denk aan pensioenfondsen die erover klagen dat ze weinig invloed hebben op bedrijven – terwijl dat vaak een gevolg is van hun eigen keuze. Zij kiezen er immers zelf voor om zeggenschap te delegeren aan vermogensbeheerders en indexfondsen, terwijl ze met enigszins geconcentreerde portefeuilles een formidabele macht zouden kunnen zijn.

Of neem vermogensbeheerders die vooral in de kosten snijden en vervolgens verbaasd zijn dat hun ambitieuze groei-, duurzaamheids- en innovatiedoelstellingen niet gehaald worden. Je ziet het kleinmaken ook op individueel niveau: mensen die hun werkomgeving als een statisch gegeven beschouwen, met onoverkomelijke blokkades waar zij niets aan kunnen veranderen en waarop zij geen invloed uit kunnen uitoefenen. “Ik wil wel, maar…”
Maar dat klein maken is onnodig. Er is altijd wel iets wat je aan je eigen werkzaamheden kunt veranderen. En er zijn meestal ook manieren om je omgeving te beïnvloeden. Sommigen slagen erin om met weinig middelen veel te bereiken. Denk aan een Mark van Baal die met zijn Follow-This-initiatief de grote oliemaatschappijen aanpakte en uiteindelijk een invloedrijke coalitie om zich heen verzamelde.

Denk buiten je model 

Maar het kan ook bescheidener. Een minderheid van mensen pakt slim de ruimte om stappen te zetten en te experimenteren met nieuwe methoden. Natuurlijk helpt het wel als je binnen je organisatie expliciet de ruimte krijgt om te experimenteren, of daar zelfs toe aangespoord wordt. Jaren terug kregen we bij mijn toenmalige werkgever een nieuwe CEO, die vond dat we duurzaamheid in ons beleggingsproces moesten integreren.

Daar konden we aanvankelijk weinig mee: we kregen per bedrijf een duurzaamheidsscore, maar hadden geen idee hoe we die aan ons beleggingsproces konden koppelen. Met frisse tegenzin gingen we aan de slag. Tot onze eigen verrassing slaagden we erin een methode te ontwikkelen die duurzaamheid aan waardering relateerde – wat cruciaal was in een beleggingsproces waarin waardering centraal stond. Intussen kwam de klantvraag naar duurzaam beleggen steeds meer op gang. En het topmanagement zette de stap om duurzaamheid en samenwerking tot belangrijke componenten van de beoordeling te maken. Zo ging het lopen.

De crux is dat je je rol en je verantwoordelijkheid ruim ziet. Richt je niet alleen op wat je eigenhandig kunt veranderen (je "span of control"), maar ook op hoe je anderen daarin kunt meenemen (je ‘span of influence’). Wees creatief en grijp problemen aan om daarin de kiemen van oplossingen zien. Kijk niet alleen naar hoe het nu werkt, maar bedenk ook hoe zaken (realistisch) anders zouden kunnen werken, hoe betere structuren eruit zouden kunnen zien. Denk buiten je model. Maak van beleggen weer investeren. Experimenteer. Just do it!

Negeer je innerlijke Calimero. Spiegel je liever aan the A-team, een andere serie uit mijn jeugd: ze waren maar met zijn vieren, maar slaagden er met onorthodoxe middelen altijd in om vanuit kansloze positie te winnen.

Willem Schramade is oprichter en eigenaar van Sustainable Finance Factory. Hij is auteur van het boek 'Duurzaam kapitalisme' en verbonden als onderzoeker aan de Erasmus University. Dit is zijn eerste maandelijkse column voor Fondsnieuws.