Column: Een kleine annonce


U kent ze wel, die kleine, verplichte advertenties van financiële instellingen als er iets verandert in hun fondsvoorwaarden. Ik lees ze niet vaak, maar toevallig viel mijn oog op het woord 'iShares'.

Wat bleek? Optimix gaat zijn performance fees berekenen op basis van een nieuwe benchmark: bekende aandelen-indices voor haar verschillende aandelenfondsen maken plaats voor iShares.

Dit is een bijzonder interessante ontwikkeling. Allereerst vormt het de erkenning dat een belegger het resultaat van een index slechts kan benaderen. Ook passief beleggen kost immers geld: van 10-20 basispunten voor zeer liquide segmenten tot bijvoorbeeld 80 basispunten voor een benadering van de MSCI EM index bijvoorbeeld.

Meest eerlijk

De meest eerlijke vergelijking tussen actief en passief beheer zou dus ook deze kosten moeten meenemen. Om vervolgens, na de afschaffing van de retrocessie en dus de halvering van management fees, tot de conclusie te komen dat actief en passief beheer van niet standaardproducten even duur of goedkoop zijn geworden. Niet even succesvol trouwens, dat is weer even heel wat anders.

Een performance fee is in het bovenstaande voorbeeld dus weggelegd voor de beheerder, die iShares verslaat. Nu heb ik niet toevallig het voorbeeld van de MSCI Emerging Markets iShares uit deze advertentie genoemd.

Al eerder schreef ik een weinig vleiende column over de bedroevende resultaten van deze iShares categorie: Over de afgelopen vijf jaar bleef deze share class maar liefst 16 procent, jawel, dat zijn 1.600 basispunten, achter bij de MSCI EM index (zie de Bloomberg-grafiek en cijfers hieronder).

Grafiek Wouter Weijand

Daarmee is het een zeer verleidelijke vergelijkingsmaatstaf geworden, vooral als je je performance fee erop baseert.

Zo komen we bij het meest heikele onderdeel van passief beleggen: gezien de kosten kan men de index per definitie niet bijhouden, maar wat zijn de overige valkuilen?

Gebrek aan liquiditeit
Los van de vele onderzoeken op dit terrein klagen passieve managers zelf over gebrek aan liquiditeit en de onmogelijkheid om het hele mandje daadwerkelijk te kopiëren.

Men verliest onder meer doordat men vaak alleen de largecaps koopt en dus de op termijn beter presterende small- en midcaps mist. Maar uw passieve ETF-beheerder kan of durft er niet in te beleggen, bang als 'ie is om er niet meer uit te komen als u dat wilt. Vooral in opkomende markten is dit geen denkbeeldig risico trouwens.

U snapt dus meteen hoe aantrekkelijk trackers voor een fondshuis zijn om de performance fee op te baseren, dat weer wel natuurlijk.

AFM?
Maar om erin te beleggen? Ik zou hopen dat een toezichthouder als de AFM (de warme pleitbezorger van passief beleggen) zich hier ook eens over zou durven uitspreken.

Wellicht dat vanaf dan de discussie over passief versus actief wat genuanceerder zal worden gevoerd. En dat dan alleen de meest liquide en goedkope ETF’s over blijven, ook voor de berekening van eventuele performance fees, zou ik zeggen.

Voor de rest kun je net zo goed actieve producten kiezen: dan heb je tenminste nog een kans op outperformance, bij dezelfde fee, niet te vergeten.

Vanaf 1 januari 2014 vooral, want dan worden actieve producten veelal de helft goedkoper dan voorheen.

Wouter Weijand is fondsmanager bij BNP Paribas Investment Partners.

Meer achtergronden op Fondsnieuws:
Optimix over op ETFs iShares als benchmark

Column Wouter Weijand: De passieve mythe