Hart Advocaten: lessen en tips uit Kifid-uitspraken 


Ieder half jaar maakt Hart Advocaten een overzicht van alle uitspraken die door de Geschillencommissie of de Commissie van Beroep van het KiFid zijn gepubliceerd. In de categorie 'beleggen' heeft de Geschillencommissie in de tweede helft van 2020, 37 uitspraken gedaan en de Commissie van beroep 4 uitspraken. Wat zijn de meest opvallende uitspraken? Hieronder de top 5.  
Daira Cervera Garcia 

Tip 1: Vermijd bijkopen na koersdaling 

De Commissie van Beroep oordeelde dat de vermogensbeheerder haar zorgplicht had geschonden door obligaties bij te kopen na een forse koersdaling (CvB nr. 2020-031). 

De vermogensbeheerder belegde voor een klant met een neutraal profiel in een gespreide portefeuille. Voor minder dan 4% werd belegd in twee non-investment grade obligaties. Na een forse koersdaling van deze obligaties (naar afgerond 60% van de oorspronkelijke koers) kocht de vermogensbeheerder enkele van deze obligaties bij. De beide instellingen die deze obligaties hadden uitgegeven, gingen uiteindelijk failliet. 

De Commissie van Beroep oordeelde dat de vermogensbeheerder haar zorgplicht had geschonden, omdat de vermogensbeheerder niet erin was geslaagd om aan te tonen op basis van welke objectieve gronden de obligaties waren bijgekocht. Daarom overwoog de Commissie van Beroep dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beheerder mag worden verwacht dat deze na een forse koersdaling zou afzien van het bijkopen van deze obligaties.

Gezien het gebrek aan een objectieve motivering had de vermogensbeheerder - volgens de Commissie - tot de conclusie moeten komen dat de obligaties te risicovol waren geworden voor een neutraal risicoprofiel. Onder deze omstandigheden had de vermogensbeheerder geen obligaties mogen bijkopen en de reeds gekochte obligaties moeten verkopen, ook al was dat met verlies.  

De vermogensbeheerder diende de schade te vergoeden bestaande uit het verschil tussen de bedragen waarvoor de bijgekochte obligaties waren aangekocht en de bedragen waarvoor de bijgekochte obligaties zijn verkocht. Plus de schade over de verkochte reeds in bezit zijnde obligaties tegen een koers van afgerond 60 procent. 

Tip 2: Wees duidelijk over beleggingsconcepten

Beleggers moeten aantoonbaar geïnformeerd zijn over de 'ins and outs' als voor hen belegd wordt volgens een vaste beleggingsmethodiek of specifiek belegging(bedienings-)concept  (CvB nr. 2020-032). 

De vermogensbeheerder bood een beleggingsbeleid aan volgens een specifieke methode genaamd Advance. Dit hield voor een neutraal profiel een asset allocatie in van 10 tot 50 procent voor obligaties en voor aandelen 30 tot 70 procent. De belegger beklaagde zich dat het gevoerde beleid te risicovol was en dat teveel kosten in rekening waren gebracht. De Geschillencommissie stelde de belegger in het gelijk door te oordelen dat onvoldoende informatie was verstrekt over wat de methode Advance precies inhield. 

De Commissie van Beroep oordeelde dat de vermogensbeheerder verwarring had veroorzaakt door in de vragenlijst te vermelden dat belegd zou worden volgens de methode Advance. De Commissie van Beroep stelde echter vast dat van een vaste beleggingsmethodiek geen sprake was maar dat het een beleggingsvisie betrof die in de nieuwsbrieven van Advance werd verkondigd. Van een schending van de informatieplicht was daarom geen sprake. 

Hoewel de vermogensbeheerder geen schade hoefde te vergoeden blijkt uit deze uitspraak wel dat indien sprake is van een (vaste) beleggingsmethodiek, aan de belegger een duidelijk en concreet beeld moet worden gegeven over wat die methodiek inhoudt zodat de belegger weet wat hij van het beleggingsbeleid mag verwachten. De enkele vermelding van de asset allocatie is dan niet voldoende. 

Tip 3: transparantie over kosten is niet voldoende 

De Geschillencommissie oordeelde dat het informeren van de belegger over de tarieven en het waarschuwen voor hoge kosten niet voldoende was. Aan de omvang van de transactiekosten wordt een plafond gesteld (GC nr. 2020-759). 

De vermogensbeheerder had de belegger geïnformeerd over zijn tarieven door deze te vermelden in een bijlage bij de overeenkomst. In de overeenkomst werd verder gewaarschuwd voor mogelijk hoge kosten. De beheerder stelde dat de in rekening gebrachte transactiekosten 2,9 procent op jaar basis bedroegen en dat dit conform de (bijlage van de) overeenkomst was. 

De Geschillencommissie stelde vast dat het totale kostenniveau jaarlijks 5,03 procent bedroeg. 

De Geschillencommissie overwoog dat een dergelijk kostenniveau de rendementsdoelstelling in gevaar kan brengen en dat niet was gebleken dat dit (hoge) kostenniveau met de belegger was besproken en dat de belegger dit had geaccepteerd. Van belang is dat de Geschillencommissie een kostenpercentage van maximaal 3% als acceptabel had beschouwd, verwijzend naar het rapport van de AFM getiteld 'onderzoek kosten van beleggingsdienstverlening'.

De vermogensbeheerder diende de kosten boven 3 procent aan de belegger terug te betalen. 

Tip 4:  Alle relevante informatie in één brief bij beëindiging 

De Geschillencommissie oordeelde dat de bank alle voor de belegger relevante informatie omtrent de beëindiging van de relatie, overzichtelijk in één brief had moeten opnemen (GC nr. 2020-1043). 

De bank beheerde de portefeuille van de belegger. Omdat de bank zou stoppen met het beleggingsbedieningsconcept, beëindigde de bank de beheerrelatie met alle beleggers. De bank informeerde de beleggers bij de opzegging over de mogelijkheden om over te stappen naar een andere bank of vermogensbeheerder.

De belegger in kwestie vond de aangeboden alternatieven niet passend en besloot zijn beleggingen daarom te liquideren. Bij deze belegger was de indruk ontstaan dat de bank de relatie al op 4 mei 2020 zou beëindigen terwijl de relatie eerst op 17 augustus 2020 werd beëindigd. Hierdoor leed deze belegger schade nu de liquidatie eerder plaatsvond dan noodzakelijk. 

De Geschillencommissie oordeelde dat de informatie van de bank te eenzijdig gericht was op het overstappen (en onvoldoende over de opzegging zelf). De Commissie oordeelde verder dat nu het de bank was die de relatie had opgezegd, de redelijkheid en billijkheid van de bank verlangde dat deze haar klanten duidelijk zou informeren waarbij de bank alle relevante informatie in één brief had moeten opnemen. 

De Bank moest de geleden schade (koersverlies vanwege vroegtijdig liquideren) vergoeden. 

Tip 5:     Ontkoppeling effectenhypotheek mag 

Het is toegestaan om een bestaande effectenhypotheek van 1 aanbieder om te zetten in een aparte hypotheek en aparte beleggingsdienstverlening, van twee verschillende marktpartijen. Dat oordeelde de Geschillencommissie (GC nr. 2020-877).

De bank beëindigde de beleggingsrekeningen die behoorden aan door de bank verstrekte hypotheken. De Geschillencommissie oordeelde dat de bank hiertoe mocht overgaan omdat beide producten niet onlosmakelijk met elkaar waren verbonden. Dit is een belangrijk oordeel omdat de hypotheekakte de klant wel verplicht om te (blijven) beleggen. 

De Geschillencommissie stelde vast dat de bank de klant voldoende alternatieven en mogelijkheden had geboden om aan deze verplichting te kunnen voldoen door verschillende met naam genoemde beleggingsdiensten van andere instellingen aan te bevelen.

De Commissie kwam tot bovenstaand oordeel mede omdat de aard van de dienstverlening hetzelfde bleef, in dit geval execution only. De belegger wordt dan niet tegen zijn wil geconfronteerd met een andere vorm van beleggingsdienstverlening. Voor de praktijk betekent dit dat vermogensbeheerders de beleggingsdienstverlening van verstrekkers van effectenhypotheken in beginsel mogen overnemen. 

De Geschillencommissie wees de klacht af. 

Daira Cervera Garcia is advocaat bij Hart Advocaten in Amsterdam, dat zich richt zich op de financiële markt. Cliënten zijn banken, verzekeraars, beleggingsinstellingen, beursfondsen, pensioenuitvoerders en trustkantoren. 

Hart Advocaten is één van de kennispartners van Fondsnieuws en schrijft maandelijks een bijdrage over uiteenlopende thema's. De andere kennispartners zijn AF Advisors, Ortec Finance en Willis Towers Watson.