Ondanks corona voorspellen analisten +20% voor S&P


De Verenigde Staten zijn met ongekende snelheid lijstaanvoerder geworden in het aantal coronabesmettingen in de wereld. Epicentrum is New York, de thuisbasis van Wall Street. Beleggers vragen zich wereldwijd af wat de gevolgen van deze "perfect storm" voor de markten zijn. Een tour d'horizon.

De teller van het aantal (bekende) coronabesmettingen in de Verenigde Staten passeerde dit weekend de 130.000 (29/3); het aantal geregistreerde doden ten gevolge van het virus bedraagt nu ruim 2000.  De meest getroffen staat is New York. 

President Trump kondigde afgelopen week aan dat hij aan de lockdown een einde wil maken als het Paasweekend is. Zijn ambassadeur in Nederland, Pete Hoekstra, verklaarde dit weekend in het programma Buitenhof dat die uitspraak moet worden gerekend tot het 'aspiratieniveau' waarvan Amerikaanse presidenten zich bedienen. Hoekstra zei dat de president zich uiteindelijk bij zijn beleid zal laten leiden tot de experts. 

Trump heeft gedreigd dat hij, bij een aanhoudende forse toename van het aantal coronabesmettingen, een quarantaine voor de staat New York zal (kunnen) opleggen. Gouverneur Cuomo van New York reageerde woedend: hij zou dat beschouwen als 'een oorlogsverklaring'. Zondag verlengde Trump de genomen overheidsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus tot eind april. 

Bekijk hier de snelheid van het aantal besmettingen in de VS laat zien:

In reactie op de crisis die zich op drie fronten in de VS, alsmede elders in de wereld, ontwikkelt - namelijk de uitbraak van het virus, de hevige marktreactie en de gevolgen voor de economie - is het zinvol naar een aantal indicatoren te kijken die de stemming op de markten in beeld brengen, zoals sentiment en de koers/winstverhoudingen in de S&P. 

De Fear & Greed Index, die de Amerikaanse zender CNN brengt, is gebaseerd op zeven indicatoren, waaronder call versus putopties, de volatiliteitsindex en de performance van aandelen versus obligaties. Deze index stond begin maart op een extreem lage score van 2 (schaal 1 tot 100), maar staat inmiddels op 23.

Vorige week was dat nog 8 punten, maar er volgde een snelle verbetering na de steunmaatregelen van de Amerikaanse centrale bank en het steunpakket van het Congres van 2.000 miljard dollar. Dit pakket komt - anders dan in 2008 - vooral ook burgers ten goede. Toch heeft dat steunpakket niet kunnen voorkomen dat afgelopen donderdag een stijging van het aantal uitkeringsaanvragen werd gemeld van bijna 3,3 miljoen, tegen 220.000 een week eerder - een ongekende stijging. 

Werkloosheidsaanvragen in de VS (slide 1 & 2):

Ondanks die extreme toename van de werkloosheid en de waarschuwing van de Federal Reserve, dat in een worst-case scenario (zijnde een depressie) een stijging van het aantal werklozen tot 46 miljoen werknemers mogelijk zou zijn, sloot de S&P 500 de afgelopen week op een stand van 2541 punten - een stijging van 350 punten.

Amerikaanse brokers en banken schortten de afgelopen week, ondanks die koersstijging, hun projecties voor dit jaar op. 'Voor het eerst in onze loopbaan, hebben we besloten om geen doelen voor de winst per aandeel in de S&P te formuleren', verklaarden Brian Belski en Nicholas Roccanova van BMO Capital. 'We geloven dat er amper een rationele methode is om het pad van Amerikaanse aandelen te voorspellen, gelet op de snelheid en de volatiliteit van data, de prognoses en de emoties waarvan op dagbasis sprake is.' 

De terughoudendheid van Amerikaanse analisten volgt op de bearmarket waar de S&P - medio maart - na de uitbraak van de pandemie in verzeild raakte. Dat ging in het snelste tempo waarvan in de historie van Wall Street ooit sprake is geweest. De volatiliteitsindex bereikte op 16 maart een record van 82,69 punten en daalde vrijdag verder naar 65,54 punten. De weigering van analisten om projecties af te geven was ook aan de orde in 2008. Toen betrof dat specifiek Amerikaanse banken. 

Volgens de nieuwszender CNBC hebben ook 100 Amerikaanse bedrijven in de S&P laten weten dat zij geen projecties willen afgeven voor de kwartaal- of winstcijfers, omdat zij in de wereldwijde aanvoerlijnen met ernstige verstoringen worden geconfronteerd. Refinitiv, onderdeel van persbureau Thomson Reuters, stelt dat de winstgroei voor de S&P 500 negatief is geworden. 

Consensus analisten: S&P plus 20 procent

Toch zijn er tegenstrijdige signalen in de markt: de zogenoemde Market Strategist Survey van CNBC, die gehouden worden onder 17 topanalisten in de Verenigde Staten, laat een consensusopvatting zien dat de S&P 500 eind dit jaar op 3038 punten zal staan, een stijging van bijna 20 procent ten opzichte van het slot van vrijdag van 2541 punten. Daarbij hebben de analisten een bandbreedte voor de koers/winstverhouding van de S&P in gedachten van tussen de 15,6 (Morgan Stanley) en de 19,2 (JPMorgan Chase).

Tom Lee, hoofd research van Fundstrat en één van de geraadpleegde analisten, denkt dat de topline van de S&P 500 in het tweede kwartaal met 20 procent zal zijn gedaald. Tegelijkertijd verwacht hij dat de hoofdgraadmeter de helft van zijn koersverliezen volgende maand zal hebben goed gemaakt en dat de aandelenindex het jaar afsluit met een stand van 3450 punten. Marko Kolanovic, de marktgoeroe van JPMorgan, denkt dat de S&P 500 begin volgend jaar terug is op het recordniveau van eind 2019. 

Shiller P/E versus reguliere P/E

Interessant is om tegenover de visie van aandelenanalisten de meester van de aandelenwaarderingen te zetten: Robert Shiller, de Nobelprijswinnaar en naamgever van de Shiller P/E. Deze graadmeter wijkt af van de reguliere koers/winstverhouding (P/E), omdat deze een tienjaarsgemiddelde is en de fluctuaties eruit haalt die veroorzaakt worden door een variatie in de winstmarges tijdens een cyclus. 

De Shiller P/E stond vrijdag op 24,4. Dat is 43,2 procent hoger dan het historisch gemiddelde van 17, maar aanzienlijk lager dan de 30,9 punten die op 1 december 2019 werd bereikt. 

De reguliere koers/winstverhouding (P/E), waarbij naar de winst van S&P-bedrijven over twaalf maanden wordt gekeken, is op dit moment 19 punten. Het historisch P/E-gemiddelde voor de S&P is 16,1 punten.

In tijden van economische expansie hebben bedrijven hogere winstmarges en omzet. De P/E ratio is dan kunstmatig laag door hogere winsten. Maar tijdens recessies dalen de winstmarges doorgaans. Dan wordt de reguliere P/E ratio relatief hoger. Zo was de piek in de reguliere P/E in het eerste kwartaal van 2009 maar liefst 123.

Dat was kort nadat de S&P in het najaar van 2008 met 50 procent was gedaald. De Shiller P/E was op het moment van die bovengenoemde piek 13,3. Dat was het laagste punt sinds decennia - en onder het historische gemiddelde van 16,1 - en voor beleggers de belangrijkste reden om vol in aandelen te stappen.  

Van dat extreme verschil tussen beide ratio's (Shiller P/E versus reguliere P/E) is op dit moment geen sprake, zoals in maart 2009 wel het geval was, zodat behoedzaamheid voor beleggers op zijn plaats is; vooral ook tegen de achtergrond van het feit dat de uitbraak van het coronavirus in de VS nog maar van korte duur is en ook de mate nog volstrekt onduidelijk is waarin de Amerikaanse economie hierdoor wordt geraakt.

Maar wie voor de lange termijn belegt, is het zonneklaar: deze bear-market heeft weer vele individuele beleggingstitels koopwaardig gemaakt.