Kempen: De Britse opmars van home bias


Veel vermogensbeheerders vermijden bij langetermijnbeleggingen een zogenaamde home bias; ofwel een te grote gerichtheid op de binnenlandse markt.

Omdat dat kwetsbaar maakt bij wisselende successen van de binnenlandse economie. Kempens Nikesh Patel breekt een lans voor Britse pensioenfondsen en stelt dat zij terecht een voorkeur hebben voor binnenlandse beleggingen in hun portfolio’s.

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de gewoonte zijn eigen weg te gaan (of gewoon weg te gaan …). Zelfs afgezien van de recente politieke gebeurtenissen heeft het land meer dan eens afgeweken van de norm, tot bezorgdheid van de Europese buurlanden. Het is dan ook niet verrassend dat, terwijl de rest van de wereld het wijs acht op het gebied van pensioenfondsinvesteringen home bias te mijden, het VK nu Britse pensioenfondsen juist aanmoedigt die opvatting het hoofd te bieden en meer nationaal te gaan investeren. De beweging richting de thuismarkten van zelfs maar een klein deel van de ongeveer US$ 1 biljoen Britse pensioenactiva heeft verstrekkende gevolgen voor zowel de Britse kapitaalmarkten als de overzeese markten. In de komende jaren verwachten we zelfs nog meer concurrentie van de Britse regelingen voor bepaalde Britse activa; slimme beleggers moeten zich zelfs afvragen of deze trend hun ambities op de lange termijn niet in de weg staat.

WAT IS ER MIS MET HOME BIAS? IS HET NIET NET ZOIETS ALS THUISVOORDEEL HEBBEN?

Instinctief lijken beleggers – of dat nu fondsmanagers, instellingen of individuen zijn – meer geneigd om te investeren in thuismarkten. Ze zijn soms makkelijker te begrijpen, er is meer informatie beschikbaar, en er is een sfeer van vertrouwen als het gaat om de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd.

Er kunnen ook historische redenen zijn. Thuismarkten kunnen van oudsher toegankelijker of goedkoper zijn. Beleggers die een portfolio met omvangrijke binnenlandse posities erven, doen deze in de regel niet direct van de hand, mede door alle bijkomende kosten. Het gevaar van deze neiging is dat die leidt tot overconcentratie in één markt. Als de binnenlandse economieën dan een klap te verwerken krijgen, lopen de beleggingen dat risico ook. Dit is met name gevaarlijk in landen waar het aantal binnenlandse beleggers aanzienlijk groter is dan de lokale kapitaalmarkten (voornamelijk bij aandelen, obligaties en onroerend goed). In Zwitserland, Italië of Noorwegen geldt het daarom als  verstandig het percentage binnenlandse beleggingen in de portfolio niet al te hoog te laten oplopen. Maar in het VK is dat, niet  verrassend, weer eens anders. Het land lijkt in dit opzicht meer op de Verenigde Staten dan op naburige landen. De discussie over home bias in Engeland is niet nieuw, en tot voor kort huldigden pensioenfondsen in het VK dezelfde opvatting als de rest van de wereld. Hierdoor – gekeken naar hoe Britse pensioenfondsen in het VK vandaag de dag beleggen vergeleken met tien jaar geleden – is hun Britse aandelenexposure drastisch teruggebracht. De home bias in hun portfolio’s is feitelijk afgenomen. Vóór de crisis (2008) bestond 50 tot 70 procent van de assets van een typisch pensioenfonds uit aandelenportfolio’s (tot zelfs 100 procent in het geval van DC-pensioenfondsen). En ongeveer de helft van de aandelen bestond uit binnenlandse beleggingen. Toen kwam het besef dat de Britse aandelenmarkt bijzonder geconcentreerd is. Terwijl er duizenden bedrijven beursgenoteerd zijn, bestaat 80 procent van de aandelenmarkt uit de FTSE 100. Sterker nog: 50 tot 60 procent van de hele FTSE 100 zat in zeven of acht bedrijven. Als je dit combineert met het feit dat het VK toen met een zeer hoge individuele aandelenconcentratie maar zo’n 10 procent van de wereldwijd ontwikkelde aandelenmarkten vormde (op basis van marktkapitalisatie), creëerde dit een aanzienlijke home bias. Hoewel er consensus is dat de hoeveelheid binnenlandse beleggingen binnen portfolio’s verminderd zou moeten worden, hebben Britse pensioenfondsen vandaag de dag nog steeds voorkeur voor de eigen aandelenmarkt – oplopend tot 15 tot 20 procent van de portefeuille voor DB-beleggers (vergeleken met een marktkapitalisatiewaarde van 6 tot 7 procent), en nog steeds tot 20 tot 30 procent voor DC-beleggers.

LEES VERDER OP DE WEBSITE VAN KEMPEN VIA DEZE LINK