Analyse: Vertrek 'mr Fidelity' brengt einde tijdperk nabij


Het klinkt misschien dramatischer dan het is, maar er zit beslist een kern van waarheid in: het vertrek van Head of sales Paul van Olst bij Fidelity draagt bij aan het naderende einde van een tijdperk.
Paul van Olst tijdens de Fund Awards

Van Olst (foto: tweede van rechts) is één van de mensen geweest die de Nederlandse fondsenmarkt heeft gemaakt tot wat deze meer dan een decennium is geweest: die van een unieke, vrijwel volledige open architectuur. De Brabander vertrekt, evenals zijn collega Martijn Moens vanwege een reorganisatie van de sales- en marketingafdelingen van Fidelity Nederland, zo werd vorige week bekend gemaakt.

Nederland kende in de jaren negentig zeer bescheiden beheerfees, zoals het Robeco-fonds dat in 1998 nog 0,25 procent in rekening bracht. Maar dat veranderde met de komst van buitenlandse fondshuizen. Zij kenden hogere beheerfees en konden dan ook hogere distributievergoedingen betalen dan tot dan toe in Nederland gebruikelijk was. 'Nederlandse fondsaanbieders moesten gewoon mee,' verklaarde Hans Janssen Daalen, directeur van de branchevereniging Dufas, in 2012 tegenover Fondsnieuws.

De komst van de buitenlandse fondshuizen, waarvan Fidelity lang de belangrijkste in Nederland was, was mogelijk geworden dankzij de in 1998 ingevoerde Ucits-wetgeving. Dit hield één Europees paspoort in, waarmee je als fondsaanbieder in de hele unie kon werken.

Eerste bezoek aan ING

In 2001 togen Hans Goossens en Henk van Eldik namens Fidelity naar ING met het doel om de bank te winnen voor het idee van de open architectuur. Aanvankelijk werd er enthousiast gereageerd, maar toen het werd voorgelegd aan de top van de bank bleek dit nog een brug te ver. 

Vervolgens richtte het tweetal zich op ABN Amro, waar de op 'aandeelhouderswaarde' gerichte topman Rijkman Groenink het voor het zeggen had gekregen. De salesmannen van Fidelity zagen dat als een kans, én terecht: het concept kreeg een positieve ontvangst, ondanks de inhouse asset manager.